Lunchlezing door TU

Evenement type:  seminars
Locatie:  Collegezaal B
Datum:  12 februari 12:45  t/m  13:45  uur

Wipke Iwersen, een dame die op eigen kiel al meer dan 1000000 zeemijlen heeft gevaren, is een interessantproject begonnen. "Tegen de wind in rond Antarctica: Ontwikkeling van een onbemand expeditieschip voor de Roaring Forties - met tegenwind als enige aandrijving". 

Dit is een low tech en no-budget project, en een project wat nu gebeurt. Een praktijk project, waar het niet om gaat de gekste hightech theorieën in de computer te ontwikkelen, maar door experimenten realistische, maakbare oplossingen te vinden, die we dan ook in groot kunnen bouwen – en die een kans hebben op zee te overleven. Out of the box denken en samenwerken, dat is hier het belangrijkste. De aerodynamica van de windmolen kan je niet onafhankelijk van de hydrodynamica van de schroef en gewicht en weerstand van de romp bedenken.

Brekende golven slaan alles kapot. Ijs doet de rest. Onze uitdaging is dus: Keep it simple. Dit schip mag geen bewegende onderdelen hebben, behalve de as, met aan de ene kant de schroef en aan de andere kant de windmolen. Samen met romp en staartvin vormt de as een driehoek. Geen tandwielkast, geen mast, geen verstaging. Geen verstelbare wieken voor elke windsnelheid, geen stormbeveiliging. Deze windmolen moet niet alleen stormen overleven, maar ook kapseizen, en zal door brekende golven overspoeld worden. Niet snel, maar sterk: onkapotbaar, dat is de uitdaging – voor schip en aandrijving.

Het schip moet zo klein mogelijk, maar zo groot als nodig zijn. Hoe groot is dat? Dat is een van de belangrijkste vragen in de ontwikkelingsfase. De dimensies van het schip volgen in de driehoeksconstructie uit de grootte van de windmolen. Daarvoor willen wij de bestaande beste windmolen voor een zeer hoge windsnelheid optimaliseren, en dan berekenen: Hoe groot zou dat ding moeten zijn, om daarmee een schip tegen wind en golven in de Roaring Forties vooruit te bewegen? We rekenen met rond 20% van de tijd meer dan windkracht acht, ca één knoop tegenstroom, brekende golven. Als we dus onder normale omstandigheden drie knopen door het water kunnen bereiken, komen we over grond een klein beetje vooruit – misschien één, soms twee, knopen. Dat is genoeg. (Ik heb al Windvinders gebouwd, die de helft van de windsnelheid bereiken. Maar niet in 10 meter golven :-) Doel van dit project is niet, zo snel mogelijk ergens aan te komen, maar zo lang mogelijk onderweg te zijn, naar waar de wind vandaan komt – en de zeewaardigheid van tegenwind-aandrijvingen verder te ontwikkelen. Per GPS en camera kunnen aan wal volgen hoe het vooruitgaat.

Natuurlijk zal het schip in echt heftige stormen niet meer vooruitgaan. Het ligt dan met draaiende schroef met de neus in de wind in de golven, en drijft langzaam achteruit - net als met een zee anker. Het hoort bij elke goede expeditie naar het onbekende, dat je af en toe een stukje achteruit gaat. Als we 80% van de tijd wel vooruit gaan, geen probleem.